Athenaeum verkoopt ook studieboeken, vaak via studieverenigingen als Laverna. Wie schrijven ze voor, wat drijft ze? Merlijn Breunesse is docent GLTC aan de UvA. Ze vertelt over Plautus en dat ene gedicht van Catullus, over Coetzee, Calvino, Adichie en Eco.
- Lees vertaler Ine Willems over de eerste zin van Hilary Mantels De reus, O’Brien en Bart van den Bosch over Wolf Hall (en vele recensies en fragmenten bij Mantels oeuvre)
- Lees een fragment uit Chimamanda Ngozi Adichie’s Dream Count
- Lees een fragment uit Coetzees Wereld en wandel van Elizabeth Costello
- Lees Daan Stoffelsen over de verstripping van Umberto Eco's De naam van de roos
Waarom koos u voor Grieks en Latijn, hoe kwam u tot uw onderzoek?
Ik vond het best moeilijk om een studie te kiezen, want op school vond ik heel veel vakken leuk. Ik heb ook gedacht aan Engels, geschiedenis, wiskunde of scheikunde, maar op de laatste inschrijfdag vroeg ik mezelf: 'Welk vak ga ik het meest missen?' Dat was Latijn, en daarom heb ik me toen aan de Vrije Universiteit ingeschreven voor de Bachelor Griekse en Latijnse Taal en Cultuur.
Ook bij latere keuzes heb ik me altijd laten leiden door mijn interesses. In mijn derde jaar heb ik een minor gedaan in de Middeleeuwse Literatuur en Cultuur en tijdens mijn Erasmus-jaar aan de Katholieke Universiteit Leuven heb ik vakken gevolgd over onder andere Shakespeare, het middel-Egyptisch en logica. Tijdens mijn Bachelor maakte ik kennis met de Latijnse en Griekse taalkunde, gedoceerd door Lidewij van Gils en Rutger Allan. De concreetheid van de taalkunde sprak mij erg aan; ik vond taalkundig onderzoek doen overzichtelijker dan een literaire analyse maken. Daarom ben ik na mijn Bachelor een Master in de Taalkunde gaan doen. En mijn PhD in Jena - over aanwijzende voornaamwoorden wereldwijd - was uiteindelijk ook helemaal taalkundig.
Maar op den duur vond ik de taalkunde wat droog. Ik miste de literaire kant van taal. De afgelopen jaren ben ik daarom steeds meer gaan kijken naar hoe we taalkundige inzichten kunnen gebruiken om literatuur te interpreteren. Na mijn taalkundige omzwervingen ben ik dus weer teruggekeerd naar de klassieke talen. De keuzes die je maakt, kunnen je studie en loopbaan dus verrijken, maar duwen je zeker niet voor altijd een bepaalde hoek in!
Hoe combineert u uw onderzoek met uw onderwijs?
Soms kan ik college geven over de auteur met wie ik het meest bezig ben – Plautus. Dat ik daar veel over weet is leuk én lastig, want wat zal ik mijn studenten wel en wat niet vertellen? Het risico bestaat dat ik te lang doorratel over dingen die me na aan het hart liggen… Maar ook andere auteurs kunnen vaak – direct of indirect – met mijn onderzoek verbonden worden. En soms zeggen studenten iets dat me inspireert om op een nieuwe manier naar mijn teksten te kijken. De combinatie onderzoek–onderwijs werkt dus erg goed!
Welke teksten schrijft u voor voor uw colleges, en waarom?
Dat hangt altijd af van verschillende factoren. Aan de ene kant vind ik het belangrijk om beroemde en invloedrijke auteurs en teksten te lezen, maar daarnaast speelt mijn persoonlijke smaak ook een rol. Bij Catullus in het eerste jaar, bijvoorbeeld, lees ik uiteraard de befaamde Lesbia-gedichten, maar het minder bekende carmen 50, gericht aan Catullus’ vriend Licinius, vind ik zó mooi, dat ik dat af en toe ook opgeef. Soms zijn studenten het met mijn interpretatie en evaluatie eens, maar vaak ook niet; dat brengt altijd leuke discussies op gang. Bovendien hoop ik studenten op deze manier ook te inspireren om zelf op zoek te gaan naar auteurs en teksten die ze interessant of mooi vinden. Er is zó veel om van te genieten!
Welke boeken zou u elke student, elke lezer aanraden?
Ik vind het altijd moeilijk om boeken aan te raden aan mensen die ik niet ken! Hoe kan ik inschatten wat ze leuk en mooi vinden? Zelf houd ik erg van de historische romans van Hilary Mantel, voornamelijk de trilogie over Thomas Cromwell. De afgelopen jaren heb ik ook genoten van de romans van Coetzee (zoals Slow Man en Elizabeth Costello) en de essays van Calvino over de door hem meest gewaardeerde kwaliteiten van literatuur (in het Nederlands vertaald door Linda Pennings als Zes memo’s voor het volgende millennium). Ik ben ook groot fan van Chimamanda Ngozi Adichie; voornamelijk Half of a Yellow Sun is me bijgebleven, over de burgeroorlog in de jaren zestig in Nigeria. Oh, en voor wie van een goede detective met een klassiek tintje houdt: natuurlijk De Naam van de Roos van Umberto Eco.