We gedenken Lieke Marsman (25 juli 1990 - 3 juni 2026), Constantijn Huygensprijswinnaar en voormalig Dichter des Vaderlands, dichter, romancier, essayist. Gisteren is ze overleden.



Marsman werd vanaf haar debuut - bekroond met de C. Buddingh'-prijs 2011, Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs 2011 en Liegend Konijn Debuutprijs 2011 - als groot talent gezien. Haar roman Het tegenovergestelde van een mens stond op de eeuwlijstjes van De Groene Amsterdammer en NRC De Standaard, Marsman werd door Marja Pruis als een van de 11 beste schrijvers onder de 35 genoemd.

Marsman bleef schrijven en optreden, ondanks de gevolgen van haar ziekte en behandeling. Haar nieuwe bundel, De dichter en de duivel, verschijnt morgen.

Lotte Bosch:

‘Lieke Marsman was naar mijn idee een schrijver die voorliep. Ze debuteerde op zeer jonge leeftijd en schreef de eerste Nederlandse klimaatroman, ze was scherp op sociale media op de politiek en maatschappelijke ontwikkelingen, vaak voor dat anderen daar de woorden voor hadden gevonden. Met gemak citeerde ze Kant en Kierkegaard, al ontbrak ook nooit de alledaagsheid en humor in haar werk. Eerder dan de meesten kreeg ze te maken met ziekte, pijn en een naderende dood, waarover ze ongekend open en op heldere wijze schreef en sprak.
Haar voorlaatste boek Op een andere planeet kunnen ze me redden riep bij mij een zeldzame mengeling van angst, ontroering, radeloosheid en vertrouwen op. Ik denk dat ze veel lezers (en andere schrijvers!) heeft geholpen met nadenken en praten over de betekenis van hoop, lijden en de dood. Lieke Marsman was een groot schrijver en ik weet zeker dat haar werk nog veelvuldig gelezen zal worden.’

Daan Stoffelsen:

‘Ik ben geen kenner van Marsmans poëzie, al heb ik gretig gebruik gemaakt van De volgende scan duurt vijf minuten voor een essay over de taal van ziekte. “Kanker is zo alledaags”, schrijft ze daarin, “je hoort het op woensdagochtend / je sterft op een dinsdagmiddag / geen stroboscopen / geen garderobefiches / de zon schijnt / een doodgewoon waterig zonnetje / boven de A10 / afslag Praxis”.
Haar proza vond ik interessant en haar essayistiek vind ik erg sterk. Ze zoekt in Op een andere planeet de ruimtes van de gekende werkelijkheid op, met haar denken over god en buitenaards leven, zonder het houvast te verlaten. Het wordt nooit zweverig, ze geeft ruimte. Ze spreekt hoop uit.
Afgelopen zomer was ik op Vlieland, waar Marsman samen met Tom Hofland in de kerk sprak. Ik herkende haar teksten, ze kwamen uit Op een andere planeet kunnen ze me redden, ze gingen over ziekte en god. Ik geloof dat het indrukwekkendste was dat ze daar stond, op de kansel, alsof ze niet doodziek was. Zo jong, zo getalenteerd, zo strijdbaar, en zulke mooie dingen gemaakt.’